Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het procesverloop
2.Inhoud van het bezwaarschrift en het standpunt van veroordeelde
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.Conclusie
6.Beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
Veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bevel tot afname van zijn DNA-profiel en opname daarvan in de DNA-databank, naar aanleiding van een veroordeling voor diefstal. Hij stelt dat het DNA-onderzoek niet van betekenis is voor opsporing en dat er sprake is van een disproportionele inbreuk op zijn privacy, mede omdat hij in hoger beroep is gegaan en geen aanwijzingen zijn voor recidive.
De officier van justitie verzet zich tegen het bezwaar en benadrukt dat de wettelijke uitzonderingen niet op veroordeelde van toepassing zijn en dat recidive niet kan worden uitgesloten. De rechtbank heeft het dossier bestudeerd en in besloten raadkamer gehoord.
De rechtbank oordeelt dat de veroordeling voor diefstal valt onder de categorie misdrijven waarvoor DNA-afname verplicht is. De uitzonderingen op afname zijn strikt en niet van toepassing in deze zaak. De kans op herhaling is niet uitgesloten gezien eerdere veroordelingen. Hoewel de afname een inbreuk op privacy vormt, is deze gerechtvaardigd binnen het wettelijke kader. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het DNA-afnamebevel wordt ongegrond verklaard.