ECLI:NL:RBAMS:2020:1538

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 februari 2020
Publicatiedatum
6 maart 2020
Zaaknummer
679554 / FA RK 20-614
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz

De officier van justitie verzocht om verlenging van een op 10 februari 2020 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die lijdt aan een psychotische decompensatie met waanideeën. Betrokkene was niet bereid zich te laten horen, maar zijn advocaat voerde aan dat betrokkene geen onmiddellijk ernstig dreigend nadeel vormt en dat de maatregel afgewezen moet worden.

De behandelend arts verklaarde dat betrokkene sinds 10 februari 2020 is opgenomen en dat er sprake is van ernstige psychische problemen, waaronder wanen dat de buurman hem wil vermoorden. Betrokkene gebruikte geen medicatie meer, wat stabilisatie in het verleden mogelijk maakte. De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en gevaar voor de algemene veiligheid.

De rechtbank achtte de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk en evenredig, waarbij verplichte zorg zoals medicatietoediening, bewegingsbeperking en toezicht gerechtvaardigd zijn. Minder ingrijpende alternatieven ontbreken. Sommige vormen van zorg, zoals toediening van vocht en voeding en medische controles, werden niet toegewezen omdat betrokkene hieraan meewerkt.

De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend voor een periode van drie weken, tot en met 4 maart 2020. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen. De beschikking is mondeling gegeven op 12 februari 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 21 februari 2020.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken tot en met 4 maart 2020.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: 679554 / FA RK 20-614
kenmerk: OMZ400137
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 12 februari 2020naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. N. de Vos te Amsterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 11 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 10 februari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 10 februari 2020;
  • de medische verklaring d.d. 10 februari 2020;
  • een episodejournaal;
-een uittreksel uit het curateleregister.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 februari 2020, op de locatie GGZInGeest, locatie [locatie] te Amsterdam.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- de heer D. van Leeuwen, behandelend arts.
1.3.
De officier van justitie is niet ter zitting verschenen, omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is
.
1.4.
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. De behandeling heeft buiten zijn aanwezigheid plaatsgevonden. Desgevraagd heeft de advocaat, na overleg met betrokkene, laten weten het standpunt van betrokkene te kunnen formuleren.

2.Beoordeling

2.1.
De advocaat van betrokkene heeft ter zitting verklaard dat betrokkene stelt dat met hem niets aan de hand is. Hij vindt dat alle Surinamers weg moeten. Betrokkene vindt ook niet dat sprake is van onmiddellijk ernstig dreigend nadeel, derhalve verzoekt de advocaat van betrokkene tot afwijzing van het onderhavige verzoek.
2.2.
De behandelend arts heeft verklaard dat betrokkene sinds 10 februari 2020 is opgenomen en dat er sprake is van een psychotische decompensatie met waanideeën. Zo denkt betrokkene dat zijn buurman hem wil vermoorden. Er was sprake van ambulante zorg via de huisarts. Hier is echter gebleken dat niet alle medicijnen door betrokkene zijn afgehaald en hij al zeker een week geen medicatie gebruikt. In 2018 is betrokkene ook opgenomen geweest en hij is toen gestabiliseerd met seroquel. De behandelend arts is voornemens deze medicatie opnieuw te gaan starten.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is naar het oordeel van de rechtbank, en anders dan door de advocaat van betrokkene betoogd, gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.4.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van psychotische decompensatie in het kader van een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De komende tijd dient betrokkene opnieuw ingesteld te worden op medicatie. In het verleden heeft dit middel goed gewerkt. Nu gebleken is dat betrokkene in een ambulante situatie niet, dan wel in onvoldoende mate zijn medicatie ophaalt en inneemt, is een gesloten setting op dit moment noodzakelijk.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg, te weten:
  • toedienen van medicatie;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • opnemen in een accommodatie,
noodzakelijk is om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De rechtbank zal de verzochte verplichte zorg in de vorm van toedienen van vocht en voeding niet toewijzen, nu betrokkene zich niet verzet tegen eten en/of drinken. Ook zal de verzochte verplichte zorg in de vorm van het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen niet worden toegewezen nu daartoe naar het oordeel van de rechtbank en verkregen inlichtingen tijdens de mondelinge behandeling geen aanleiding toe bestaat. Betrokkene werkt hier aan mee.
2.7.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief
.Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , voor zover het de in rechtsoverweging 2.5. genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 maart 2020;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is op 12 februari 2020 mondeling gegeven door mr. D. van den Brink, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door J.M. Vos als griffier, en op 21 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.