ECLI:NL:RBAMS:2020:1545
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging noodopvang en afwijzing maatschappelijke opvang
Verzoekster, een Marokkaanse vrouw met een minderjarige dochter met de Nederlandse nationaliteit, verbleef in noodopvang in Amsterdam. Verweerder besloot de noodopvang te beëindigen omdat verzoekster geen gebruik maakte van de terugkeerregeling naar Marokko en voldoende zelfredzaam zou zijn. Tevens werd haar verzoek tot maatschappelijke opvang afgewezen.
Uit het dossier, waaronder een GGD-onderzoek en verklaringen, blijkt dat verzoekster en haar dochter niet zelfredzaam zijn. Verweerder heeft in zijn besluiten niet gemotiveerd waarom hij dit anders beoordeelt, noch waarom het niet gebruiken van de terugkeerregeling tegen verzoekster wordt ingebracht. Verzoekster heeft een verleden van huiselijk geweld en geen netwerk in Nederland.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de besluiten gebrekkig gemotiveerd zijn en dat het niet duidelijk is waarom verzoekster als zelfredzaam wordt gezien en waarom het niet gebruikmaken van de terugkeerregeling wordt tegengeworpen. Daarom wordt een voorlopige voorziening getroffen die bepaalt dat verzoekster en haar dochter worden opgevangen tot zes weken na de bekendmaking van de beslissingen op bezwaar.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten. De uitspraak is bindend voor het voorlopige geding en staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening toe en bepaalt dat verzoekster en haar dochter worden opgevangen tot zes weken na bezwaarbeslissing.