Verzoekers, een gehuwd homostel met Spaanse en Nederlandse nationaliteit, zijn via een draagmoederschapstraject in Illinois, VS, juridisch erkend als ouders van hun tweeling. De Amerikaanse Circuit Court bevestigde dit ouderschap op 5 april 2018. De geboorteaktes vermelden verzoeker 1 als vader en verzoeker 2 als co-parent.
De ambtenaar van de burgerlijke stand weigerde inschrijving in Nederland omdat de geboorteakte geen moeder vermeldt, wat volgens Nederlands recht een openbare ordeprincipe is. Verzoekers verzochten de rechtbank om de Amerikaanse geboorteaktes te erkennen en in te schrijven in de Nederlandse registers, met latere vermelding van de Amerikaanse rechterlijke beslissing.
De rechtbank oordeelde dat het draagmoederschapstraject zorgvuldig is verlopen, conform de Illinois Parentage Act en Gestational Surrogacy Act, en dat de erkenning niet strijdig is met de Nederlandse openbare orde. De rechtbank benadrukte het belang van het kind om zijn afstamming te kennen en verwees naar internationale jurisprudentie die het belang van juridische afstammingsbanden bevestigt.
De rechtbank gelastte de inschrijving van de geboorteaktes in de Nederlandse registers en bevestigde het gezamenlijke gezag van verzoekers. Het subsidiaire verzoek tot adoptie werd niet behandeld omdat het primaire verzoek werd toegewezen. Tevens werd opgemerkt dat de ambtenaar van de Basisregistratie Personen de minderjarigen moet inschrijven met vermelding van de ouders om onzekere situaties te voorkomen.