Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[gedaagde],
1.De procedure
2.De feiten
Er zijn twee verweren aangevoerd met betrekking tot het standpunt dat de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging moet worden verklaard.
De voorzitterdeelt (…) mede datde rechtbankals volgt heeft beslist. (…) In deze zaak is geen begin van aannemelijkheid dat er sprake is geweest van onzuiverheid van oogmerk. (…)Verder staat in het dossier, en dat vormt de basis van de vervolgingsbeslissing, dat er sprake is geweest van een fraude over een periode van in elk geval meer dan vier jaren met een afgeroomde restaurantomzet van ongeveer 25 miljoen euro en niet afgedragen BTW van ongeveer 1,6 miljoen euro. (…) Wat betreft de schending van de persoonlijke levenssfeer oordeelt de rechtbank als volgt. (…)
geen sprake meer. Dit betekent dat naar het voorlopig oordeel van de rechtbank het recht op privacy is geschonden. (…) Nogmaals, dit is een voorlopig oordeel. De rechtbank staat open voor argumenten dat het oordeel anders dient te luiden, bijvoorbeeld op basis van jurisprudentie, wetsgeschiedenis, literatuur of wetsystematiek. (…)”