ECLI:NL:RBAMS:2020:1939
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting in Thailand
Op 16 augustus 2017 vond in Thailand een incident plaats waarbij de aangeefster verdachte beschuldigde van verkrachting. De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte en aangeefster seks hadden, maar dat niet bewezen kon worden dat dit onder dwang was.
De aangifte, verklaringen van getuigen en forensisch bewijs zoals sperma en bloed in het slipje van aangeefster boden onvoldoende overtuiging. Het bloed was niet nader onderzocht en het medisch onderzoek toonde geen recente verwondingen die duidden op ruw binnendringen.
De verklaringen van aangeefster en verdachte stonden lijnrecht tegenover elkaar, en er was geen aanvullend bewijs zoals getuigenverklaringen van derden die dwang bevestigden. De rechtbank oordeelde dat er redelijke twijfel bestond over de verkrachting en sprak verdachte vrij.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafzaak niet tot een veroordeling leidde. Partijen dragen hun eigen proceskosten.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 25 maart 2020.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van verkrachting wegens onvoldoende overtuigend bewijs.