ECLI:NL:RBAMS:2020:2066
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak hennepkwekerij
De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 maart 2020 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten bedrage van maximaal €915.698,14. Deze vordering was gebaseerd op vermeend voordeel uit een hennepkwekerij. Veroordeelde was eerder veroordeeld voor het doen van valse aangifte, maar vrijgesproken van het hebben van een hennepkwekerij en het stelen van stroom ten behoeve daarvan.
De verdediging stelde primair dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard en subsidiair dat de vordering moest worden afgewezen vanwege de vrijspraak. Het Openbaar Ministerie sloot zich aan bij het subsidiaire standpunt en handhaafde dit tijdens de terechtzitting.
De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk was omdat veroordeelde voor een strafbaar feit was veroordeeld, maar dat de ontnemingsvordering niet kon worden toegewezen omdat het voordeel was gebaseerd op feiten waarvoor vrijspraak was gegeven. Daarom wees de rechtbank de vordering tot ontneming af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af omdat veroordeelde is vrijgesproken van het feit waarop de ontnemingsvordering is gebaseerd.