ECLI:NL:RBAMS:2020:2103
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis ondanks coronamaatregelen
De raadsman van verdachte verzocht de rechtbank om het bevel tot voorlopige hechtenis te schorsen vanwege de vertraging in de strafzaak door de coronamaatregelen en de verslechterde omstandigheden in de penitentiaire inrichting. De officier van justitie verzette zich tegen dit verzoek.
De rechtbank stelde vast dat er geen verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis was ingediend en dat er geen aanleiding was om ambtshalve tot een ander oordeel te komen over de ernstige bezwaren. De rechtbank overwoog dat de persoonlijke belangen van verdachte niet opwegen tegen het algemeen belang bij voortduring van de voorlopige hechtenis.
Hoewel de coronamaatregelen de situatie voor iedereen, ook in de penitentiaire inrichting, hebben verslechterd, achtte de rechtbank dit geen voldoende grond voor schorsing. Ook de vertraging in de inhoudelijke behandeling van de strafzaak, die sinds 15 maart 2020 stil ligt, was volgens de rechtbank geen reden om de voorlopige hechtenis te schorsen.
De rechtbank wees erop dat zij zich zal inspannen om de behandeling van de zaak zo spoedig mogelijk te hervatten zodra dat weer mogelijk is. Daarnaast was onvoldoende onderbouwd dat de zorgbehoefte van familieleden zodanig is dat alleen verdachte deze kan leveren.
Daarom werd het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis op 1 april 2020 door de rechtbank afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte wordt afgewezen.