Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om openbaarmaking van documenten van de Commissie over de toekenning van subsidies uit Joodse erfpachttegoeden. De Commissie had reeds een aantal documenten verstrekt, maar niet alle stukken vrijgegeven. Verzoeker stelt dat volledige openbaarheid noodzakelijk is voor een eerlijk proces in de bezwaarprocedure tegen subsidiebesluiten.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening voor openbaarmaking slechts toewijsbaar is bij ernstige twijfel aan de rechtmatigheid van het besluit of een zeer zwaarwegend spoedeisend belang. Dit is hier niet het geval. De Commissie bekijkt momenteel een voorstel om meer documenten openbaar te maken en zal hierover binnen twee weken beslissen. Bovendien is het volledige subsidiebedrag reeds toegekend, waardoor wijziging van subsidiebesluiten beperkt mogelijk is.
Ook is vastgesteld dat verzoeker niet namens andere belanghebbenden optreedt en dat deze zelf procedures kunnen starten. De voorzieningenrechter concludeert dat het spoedeisend belang van verzoeker onvoldoende is en dat hij zijn bezwaargronden kan aanvullen indien nodig. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.