Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Vonnis van de kantonrechter
[eiser 1]
[eiseres 2],
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de akte na tussenvonnis van de kant van Houthoff, met producties,
- de antwoordakte na tussenvonnis van [eisers]
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Eurofintus heeft een onbeperkte wijzigingsbevoegdheid bedongen die weliswaar onduidelijk is, in die zin dat de consument de economische gevolgen daarvan niet kan inschatten, maar waar tegenover staat dat de kredietnemer te allen tijde de overeenkomst kan beëindigen door het krediet af te lossen (en zo nodig elders krediet op te nemen). Nu daar geen kosten aan zijn verbonden, is dat een reële mogelijkheid.Zoals die mogelijkheid compensatie kan bieden voor de nadelige gevolgen van het wijzigingsbeding, waardoor het niet onredelijk bezwarend is (zie onder 17) zou die mogelijkheid ook kunnen meebrengen dat het nalaten van een verlaging van de kredietvergoeding niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Wil de mogelijkheid tot aflossen echter dat effect hebben, dan zal de gemiddelde consument zich van die mogelijkheid bewust moeten zijn. Dat betekent dat hij zich bewust is van zowel de dalende rente in het algemeen als van de daarmee geen gelijke tred houdende kredietvergoeding. Daarbij is bovendien de vraag vanaf welk moment de consument zich dat moest gaan realiseren. Verder zal relevant zijn of er op dat moment een kredietaanbieder was die een lager tarief aanbood dan Eurofintus.Nu partijen hierover nog geen standpunt hebben ingenomen, zullen zij elk in de gelegenheid worden gesteld een akte te nemen, eerst Eurofintus, daarna [eisers] ”
Dat betekent dat de gemiddelde consument zich dus bewust kon zijn van het verschil tussen de rente en de ontwikkeling daarvan in het algemeen en de door hem betaalde kredietvergoeding en de ontwikkeling daarvan. [eiser 1] had te allen tijde de bevoegdheid de overeenkomst beëindigen door het krediet af te lossen (en zo nodig elders krediet op te nemen). Nu hij zich er van bewust kon zijn dat de door hem betaalde kredietvergoeding zich anders ontwikkelde dan de marktrente en maandelijks met de kredietvergoeding die hij verschuldigd was geconfronteerd werd, terwijl aan het overstappen naar een andere kredietverschaffer geen kosten waren verbonden, is dat een reële mogelijkheid.
BESLISSING
zowel de proceskosten als de nakosten te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de 15e dag na betekening;