ECLI:NL:RBAMS:2020:2209
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing en niet-naleving informatieverplichtingen consument
Eisende partij heeft gevorderd dat gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van €140,00, gebaseerd op een overeenkomst die volgens eisende partij al lange tijd geleden is gesloten. Gedaagde partij is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.
De kantonrechter stelt dat voor beoordeling van de vordering alle relevante feiten en stukken moeten worden overgelegd, waaronder bewijs van naleving van de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen die gelden bij op afstand gesloten consumentenovereenkomsten. Eisende partij heeft echter nagelaten duidelijk te maken wanneer de overeenkomst tot stand is gekomen en heeft geen bewijs geleverd dat aan deze informatieverplichtingen is voldaan.
Daarnaast is niet gesteld of de vordering gebaseerd is op algemene voorwaarden en of deze al dan niet oneerlijk zijn. Door het ontbreken van deze essentiële informatie en onderbouwing kan de kantonrechter niet ambtshalve beoordelen of de vordering gegrond is.
Daarom wordt de vordering afgewezen als onvoldoende onderbouwd. Eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten, die worden begroot op nihil. Het vonnis is gewezen door kantonrechter A.W.J. Ros en op 14 april 2020 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van bewijs van naleving van informatieverplichtingen.