ECLI:NL:RBAMS:2020:2306
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag op appartement wegens ondeugdelijke huurovereenkomst
In deze kort gedingprocedure vorderde eiser de opheffing van conservatoir beslag dat door gedaagde was gelegd op een appartement in Amsterdam en op een bankrekening van eiser. Het beslag was verleend door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag op grond van een vermeende huurovereenkomst tussen partijen.
Gedaagde betwistte de bevoegdheid van de rechtbank Amsterdam en stelde dat de rechtbank Den Haag exclusief bevoegd was omdat het zou gaan om huur van woonruimte. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het hier ging om de opheffing van beslag op een onroerende zaak in Amsterdam, waardoor de rechtbank Amsterdam bevoegd was.
Eiser stelde dat hij geen huurovereenkomst met gedaagde had gesloten en dat de ondertekende huurovereenkomst vals was. De voorzieningenrechter stelde vast dat de handtekening op de huurovereenkomst niet van eiser was en dat de overgelegde e-mailcorrespondentie onvoldoende bewijs bood. Hierdoor was summierlijk van de ondeugdelijkheid van het recht waarop het beslag was gebaseerd gebleken.
De voorzieningenrechter besloot daarom het beslag op het appartement en de bankrekening op te heffen, verbood gedaagde om opnieuw beslag te leggen onder de ABN AMRO Bank en legde een dwangsom op bij overtreding. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op het appartement en de bankrekening wordt opgeheven wegens ondeugdelijkheid van de huurovereenkomst.