Eisers vroegen om een omgevingsvergunning voor vervanging van een woonboot in het Oostelijk Havengebied. De gemeente verleende aanvankelijk vergunningen en gedoogde het ontbreken van een vergunning, maar herzag deze besluiten na inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (Wvvw).
De rechtbank oordeelde dat de woonboot niet voldoet aan de definitie van een woonschip zoals in het bestemmingsplan is opgenomen, omdat het schip niet herkenbaar is als een van origine varend schip en de opbouw niet authentiek is. Ook overschrijdt de stuurhut de maximale constructiehoogte van vijf meter.
De rechtbank verwierp het beroep van eisers dat eerdere vergunningen onherroepelijk waren geworden en dat de gemeente niet mocht terugkomen op haar besluiten. De weigering van de omgevingsvergunning is gegrond en de gemeente heeft de proceskosten aan eisers opgelegd.