ECLI:NL:RBAMS:2020:2531

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 april 2020
Publicatiedatum
8 mei 2020
Zaaknummer
681182 / FA RK 20-1386
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:11 WvggzArt. 3:3 WvggzArt. 5:4 WvggzArt. 5:15 WvggzArt. 391 Boek 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor ambulante behandeling met medicatie en toezicht

De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 april 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en andere psychotische stoornissen.

Betrokkene wordt ambulant behandeld en houdt zich vrijwillig aan afspraken. De raadsman en behandelend psychiater gaven aan dat verplichte zorg vooral relevant is voor een eventuele toekomstige opname en dat het toedienen van medicatie en toezicht noodzakelijk zijn om terugval te voorkomen. De raadsman verzocht om een kortere duur van de machtiging, terwijl de psychiater de maximale duur van zes maanden adviseerde.

De rechtbank oordeelde dat niet alle verzochte vormen van verplichte zorg proportioneel zijn. Alleen het toedienen van medicatie en het uitoefenen van toezicht zijn noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden. Andere vormen zoals opname, lichamelijk onderzoek en controle op middelen werden afgewezen. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden, met als doel stabilisatie en het voorkomen van een nieuwe juridische procedure.

Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor zes maanden met verplichte zorg in de vorm van medicatie en toezicht.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
Team Familie & Jeugd
Zaaknummer / rekestnummer: C/13/681182 / FA RK 20-1386
Kenmerk: 1069026
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg.
Beschikking van 3 april 2020 vande Rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
verblijvende bij het Mentrum, afdeling V&P4, op het adres [adres] [postcode] te Amsterdam,
hierna te noemen: betrokkene.
Als raadsman van de betrokkene is gehoord mr. F.M.M.M. Vogels.

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 11 maart 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring d.d. 6 maart 2020;
  • de zorgkaart inclusief de bijlagen;
  • het zorgplan inclusief de bijlagen d.d. 10 maart 2020;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur, bedoeld in artikel 5:15;
  • de gegevens, bedoeld in artikel 5:4, eerste lid, onderdelen b en c;
  • het door de geneesheer-directeur opgestelde voorstel voor een zorgmachtiging;
  • een uittreksel uit het in artikel 391 van Pro Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde curateleregister.
Gelet op de recente ontwikkelingen omtrent het Coronavirus (COVID-19) heeft de rechtspraak besloten alle rechtbanken te sluiten. Urgente zaken zoals de onderhavige gaan echter wel door met dien verstande dat, ter voorkoming van verdere verspreiding van het Coronavirus, in dit soort zaken telefonisch zal worden gehoord en de rechtbank zich dus niet naar de instelling/verblijfplaats van betrokkene begeeft om hem/haar aldaar te horen. Het betreffen uitzonderlijke tijden die tot uitzonderlijke maatregelen nopen. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat door of namens betrokkene geen bezwaar is gemaakt tegen deze manier van horen.
De mondelinge telefonische behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 april 2020 in het gerechtsgebouw van de Rechtbank Amsterdam aan de Parnassusweg 220 te Amsterdam.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- mr. F.M.M.M. Vogels, de raadsman van betrokkene;
- dr. J. van Olst, de behandelend psychiater.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen
.

2.De standpunten

2.1
Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat het naar omstandigheden prima met haar gaat. Betrokkene is momenteel samen met haar kinderen thuis en zij krijgt hierbij hulp van haar moeder en haar vriend. Zij houdt zich vrijwillig aan de afspraken. Betrokkene merkt op dat zij het niet nodig vindt om verplichte zorg opgelegd te krijgen, maar dat zij het ook niet erg vindt als zij deze zorg wel opgelegd krijgt als het voor haar eigen bestwil is. Zij wil graag haar kinderen kunnen blijven zien. Ten slotte merkt betrokkene op dat een eventuele zorgmachtiging haar in zekere zin geruststelt.
2.2
De raadsman van betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat een aantal verzochte vormen van verplichte zorg van belang waren in verband met de opname van betrokkene, maar dat deze vormen nu niet meer relevant zijn, omdat betrokkene ambulant behandeld wordt. Deze verzochte vormen van verplichte zorg hebben alleen betrekking op een eventuele toekomstige opnamesituatie. Hij merkt op dat het niet bepalend zou mogen zijn en dat het slechts handig is om deze vormen van verplichte zorg toe te wijzen. Betrokkene accepteert hulp en ook een eventuele zorgmachtiging. Het toewijzen van de te verlenen zorgmachtiging voor de duur van zes maanden is wat de raadsman betreft dan ook niet noodzakelijk. Derhalve verzoekt de raadsman om de duur van de te verlenen zorgmachtiging te beperken tot drie of vier maanden.
2.3
De behandelend psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat betrokkene graag zelf voor haar kinderen wil zorgen en dat zij wil voorkomen dat zij opnieuw psychotisch wordt. De zorgmachtiging zou dienen als stok achter de deur. Betrokkene begrijpt dit en staat hier ook achter. De behandelend psychiater merkt op dat hij ervan overtuigd is dat betrokkene haar bereidwilligheid zal behouden, maar dat uit het verleden wel is gebleken dat betrokkene het op een gegeven ogenblik toch laat afweten met betrekking tot de zorg. Het kunnen toedienen van medicatie en het kunnen uitoefenen van toezicht is noodzakelijk, zodat betrokkene in contact blijft en gemonitord kan worden. Voorts merkt de behandelend psychiater op dat niemand erbij gebaat is als bepaalde vormen van verplichte zorg niet worden toegewezen, terwijl later blijkt dat deze vormen van verplichte zorg wel nodig zijn, omdat er dan opnieuw een juridische procedure moet worden gevolgd Voor wat betreft de duur van de te verlenen zorgmachtiging is de behandelend psychiater van mening dat deze voor de maximale duur verleend zou moeten worden, omdat er zeker zes maanden nodig zijn om te bekijken of betrokkene haar bereidwilligheid behoudt.

3.Beoordeling

3.1
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizofreniespectrumstoornis en andere psychotische stoornissen.
3.2
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en een ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
3.3
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
3.4
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit:
  • het toedienen van vocht, voeding en medicatie;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • het opnemen in een accommodatie.
3.5
De rechtbank is op grond van de verkregen aanvullende informatie tijdens de mondelinge behandeling echter van oordeel dat niet alle verzochte vormen van verplichte zorg voldoen aan het algemene beginsel van proportionaliteit.
De rechtbank legt daaraan het volgende ten grondslag. Op grond van artikel 3:3 Wvggz Pro dient de rechtbank te toetsen of het verlenen van verplichte zorg, gelet op het beoogde doel van verplichte zorg, evenredig is. Na verkregen inlichtingen is gebleken dat het doel van de zorgmachtiging voor de behandelaar is om te voorkomen dat er opnieuw een juridische procedure moet worden gevolgd bij een eventuele toekomstige verplichte opname. De rechtbank wil hier niet op vooruitlopen.
Een dergelijke opname kan naar het oordeel van de rechtbank voorkomen worden als betrokkene stabiel blijft door onder andere het gebruik van medicatie en het contact met het ambulante behandelteam. Daarmee is de rechtbank van oordeel dat het risico van ernstig nadeel zoals beschreven onder rechtsoverweging 3.2 kan worden afgewend met verplichte zorg in de vorm van het toedienen van medicatie en het uitoefenen van toezicht op betrokkene.
3.6
De rechtbank zal de verplichte zorg in de vorm van het toedienen van vocht en/of voeding, onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijk voorwerpen, jet controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en het opnemen in een accommodatie afwijzen. Indien betrokkene opnieuw decompenseert en deze vormen van verplichte zorg wel noodzakelijk worden, biedt de wet daarvoor een andere weg in de vorm van een crisismaatregel.
3.7
De verplichte zorg is naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
3.8
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

4.Beslissing

De rechtbank verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
  • het toedienen van medicatie voor de duur van zes maanden;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van zes maanden.
De rechtbank bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 3 oktober 2020.
Deze beschikking is op 3 april 2020 mondeling gegeven door mr. J.H.J. Evers, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door E.L. Rosbeek-Benjamins als griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.