ECLI:NL:RBAMS:2020:2583

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 mei 2020
Publicatiedatum
13 mei 2020
Zaaknummer
13/751125-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor informaticacriminaliteit en georganiseerde diefstal

De rechtbank Amsterdam heeft op 12 mei 2020 uitspraak gedaan over de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België, op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Hof van Beroep van Mons. De opgeëiste persoon werd verdacht van informaticacriminaliteit en georganiseerde diefstal, feiten waarvoor in België een gevangenisstraf van drie jaar is opgelegd.

Tijdens de openbare zitting van 28 april 2020 werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en bevestigde zij haar Franse nationaliteit. De rechtbank heeft de wettelijke termijn voor uitspraak met dertig dagen verlengd om de overleveringsverzoek zorgvuldig te kunnen beoordelen.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de voorwaarden van de Overleveringswet (OLW), dat de feiten waren opgenomen in de lijst van bijlage 1 van de OLW, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kon blijven. Er waren geen weigeringsgronden aanwezig die de overlevering in de weg stonden.

Op grond van artikel 2, 5 en 7 OLW heeft de rechtbank de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751125-20 (EAB-I)
RK nummer: 20/1244
Datum uitspraak: 12 mei 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 4 maart 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 5 februari 2020 door het Hof van Beroep van Mons (Bergen), België, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon], alias [alias opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Frankrijk) op [geboortedag] 1994,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie], te [plaats],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 april 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. Mcgivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door haar raadsvrouw, mr. M.P. Hilhorst, advocaat te Utrecht alsmede door een tolk in de Franse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting, via telehoren, verklaard dat de bovenvermelde personalia – zowel haar opgegeven persoonsgegevens, als de alias - juist zijn en dat zij de Franse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een voor uitvoerlegging vatbaar vonnis van 14 maart 2019 van de 4e kamer van het Hof van Beroep van Mons (Bergen) (referentie: 2019/10 – 2017/PGM001539).
In de aanvullende informatie van de uitvaardigende autoriteit, als bijlage gevoegd bij de e-mail van 7 april 2020, staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot de beslissing inzake het arrest heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.
Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB en in de aanvullende informatie van de uitvaardigende autoriteit, als bijlage gevoegd bij de e-mail van
7 april 2020 en zoals voortvloeit uit de e-mail van 28 april 2020. Door de griffier gewaarmerkte fotokopieën van deze onderdelen zijn als bijlage 1, bijlage 2 en bijlage 3 aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten in het EAB en in een bijlage van de e-mail van 7 april 2020 heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 11 en 18, te weten:
informaticacriminaliteit,
en:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon] alias [alias opgeëiste persoon]aan het
Hof van Beroep van Mons (Bergen), België.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en V.V. Essenburg, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 12 mei 2020.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.