ECLI:NL:RBAMS:2020:2650
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Stopzetting WW-uitkering wegens onvoldoende medewerking aan onderzoek verblijfplaats
Verzoeker ontving een WW-uitkering die het UWV per 1 oktober 2018 toekende. Naar aanleiding van een anonieme tip dat verzoeker mogelijk in Turkije woont, startte het UWV een onderzoek. Verzoeker werd uitgenodigd voor gesprekken en gevraagd bankafschriften te overleggen. Hoewel hij bankafschriften van zijn Nederlandse rekening aanleverde, weigerde hij een tweede gesprek en leverde hij geen Turkse bankafschriften aan.
Het UWV beëindigde de uitkering wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht, omdat daardoor niet kon worden vastgesteld of verzoeker nog recht had op de uitkering. Verzoeker betwistte niet dat hij niet volledig meewerkte, maar gaf aan dat het eerste gesprek hem stress bezorgde en hij nadere vragen per e-mail wilde beantwoorden, wat het UWV niet accepteerde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het UWV terecht de uitkering stopzette. De bankafschriften en het gedrag van verzoeker gaven aanleiding tot nader onderzoek, waaraan verzoeker onvoldoende meewerkte. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de stopzetting van de WW-uitkering blijft gehandhaafd.