ECLI:NL:RBAMS:2020:2671
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- M.C.M. Hamer
- H. Kijlstra
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering tot overlevering op grond van beëindiging strafvervolging in België
De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 mei 2020 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Belgische rechtbank. De opgeëiste persoon was niet verschenen, maar haar raadsvrouw was gemachtigd tot verdediging. De procedure kende een eerdere zitting op 4 juli 2017 en een tussenuitspraak op 18 juli 2017, waarbij het onderzoek werd geschorst vanwege detentieomstandigheden in België.
Uit correspondentie van Belgische autoriteiten bleek dat de strafvervolging van de opgeëiste persoon in België was afgesloten en overgedragen aan Nederland. De rechtbank concludeerde hieruit dat de overlevering niet langer gewenst was en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot overlevering.
De rechtbank stelde tevens vast dat de overleveringsdetentie was beëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan door drie rechters, waarvan twee de uitspraak mede ondertekenden.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot overlevering omdat de strafvervolging in België is afgesloten.