Eiseres, een vrouw met een paniekstoornis en straatangst, woonachtig in een klein tweekamerappartement, vroeg om een urgentieverklaring om dichter bij haar ouders te kunnen wonen. De gemeente wees de aanvraag af op basis van een advies van de GGD-arts die oordeelde dat haar medische situatie niet ernstig genoeg was voor urgentie.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de GGD-arts onvoldoende rekening hield met haar medische situatie en de belangen van haar kinderen, die volgens haar door de huidige woonsituatie worden benadeeld. De gemeente handhaafde het besluit en stelde dat de psychische klachten niet ernstig genoeg waren voor een urgente woningtoewijzing.
De rechtbank oordeelde dat de GGD-arts het advies zorgvuldig en gemotiveerd had opgesteld, dat de medische informatie niet leidde tot een andere conclusie en dat de gemeente de belangen van de kinderen voldoende had meegewogen. De situatie was niet levensontwrichtend en er was geen reden voor een urgentieverklaring. Het beroep werd ongegrond verklaard.