Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
– kort gezegd – op neer dat verdachte:
[naam 1] heeft gestolen, nadat zij [naam 1] drogerende middelen had toegediend (feit 1);
€ 400,- heeft opgenomen (feit 2);
3.Waardering van het bewijs
[naam 2] , [naam 3] en [naam 4] is te zien.
23 oktober 2016 moet zijn weggenomen, kan zij de diefstal niet hebben gepleegd.
24 april 2019 op de galerij van zijn flatwoning in Amsterdam aan de praat raakte met een vrouw die zich [naam vrouw] noemde. Hij nodigde haar uit in zijn woning. Later die dag zijn zij samen naar een restaurant gegaan. Aangever wilde betalen maar het pinnen lukte niet. [naam vrouw] heeft hem toen geholpen met de pintransactie. Daarna zijn ze weer naar de woning van aangever gegaan en hebben daar wijn gedronken. [naam vrouw] had te veel gedronken om nog auto te kunnen rijden en is op de bank blijven slapen. Nadat zij de volgende dag, donderdag 25 april 2019, was weggegaan, kwam zij enige tijd later terug omdat zij de pinpas van aangever bij zich had en omdat zij haar telefoon was vergeten. Het bleek dat de pinpas van [naam vrouw] in de portemonnee van aangever zat. [naam vrouw] is die dag rond 18.00 uur weer weggegaan.
[naam 1] achterhaald. Enkele dagen later heeft zij [naam 1] gedrogeerd. Dat gaf haar de gelegenheid en tijd om met de bankpas van [naam 1] geld van zijn rekening op te nemen. Die dag heeft zij het maximum bedrag van zijn rekening opgenomen.
27 april 2019 verlaat waarbij zij een sjaal draagt met kwastjes/franjes en dat zij kort daarna, vermomd met een rood/oranje pruik op haar hoofd met een soortgelijke sjaal met kwastjes/franjes om zich heen geslagen, geld opneemt bij een geldautomaat.
[naam 1] . Daarmee heeft zij zich schuldig gemaakt aan diefstal door middel van valse sleutels, zoals ten laste gelegd in zaak A onder 2.
21 oktober 2016 activeerde. Op 3 november 2016 was zij opnieuw haar bankpas kwijt, waarna zij ook deze pas blokkeerde.
€ 1.000,- opgenomen bij een pinautomaat op het Waterlandplein te Amsterdam. Deze geldopname is op camerabeelden vastgelegd. Aangever weet niet hoe de vrouw achter zijn pincode is gekomen.
28 augustus 2017 slachtoffer is geworden van een babbeltruc. Een blonde vrouw van ongeveer 50 jaar kwam bij haar aan de deur van haar woning te [plaats] en zei dat ze van de bezorgdienst van Bruynzeel was. De vrouw had een bos bloemen bij zich die voor haar en haar man bestemd zou zijn. De man van aangeefster werkte vroeger bij Bruynzeel. Aangeefster moest voor de bezorgkosten € 1,95 pinnen op een tablet die de vrouw bij zich had. Dit lukte niet, waarna aangeefster op verzoek van de vrouw haar bankpas met bijbehorende pincode gaf. Nadat de vrouw enige handelingen met dit pasje had verricht kreeg aangeefster een bankpas terug. Kort daarna werd € 1.000,- van haar rekening opgenomen bij een pinautomaat in winkelcentrum Gibraltar te Zaandam. Deze geldopname is op camerabeelden vastgelegd.
4.Bewezenverklaring
(totaal 1.001,30 euro), toebehorende aan [naam 4] , waarbij verdachte die weg te nemen geldbedragen onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen bankpas op naam van [naam 4] .
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregel
[naam 1]vordert € 85,- aan vergoeding van materiële schade (€ 40, contant en € 45 aftershave) en € 2.500,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
€ 2.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (27 april 2019).
[benadeelde partij], nabestaande van het slachtoffer [naam 4] , vordert
€ 1.079,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (3 november 2016). Dit betreft de twee door verdachte op 3 november 2016 met de bankpas van [naam 4] opgenomen geldbedragen van € 500,-, een bedrag van € 1,30 parkeergeld dat verdachte op diezelfde dag met de bankpas van [naam 4] heeft betaald en een bedrag van € 78,40 aan reiskosten in verband met het doen van aangifte.
1.079,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (3 november 2016).
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
4 (vier) jaren.
[naam 1]gedeeltelijk toe, tot
€ 2.500,-(tweeduizend vijfhonderd euro) (immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (27 april 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [naam 1] voornoemd.
(27 april 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
35dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[benadeelde partij] ,nabestaande van het slachtoffer [naam 4] , gedeeltelijk toe tot
€ 1.079,70(duizend negenenzeventig euro en zeventig cent) (materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 november 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij] voornoemd.
(3 november 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
20dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.