ECLI:NL:RBAMS:2020:2836
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging met misdrijf tegen het leven en zware mishandeling
De rechtbank Amsterdam behandelde op 13 mei 2020 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van bedreiging van zijn vader en moeder met woorden die inhielden dat hij hen zou vermoorden. Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte zijn ouders had bedreigd met ernstige woorden, wat voldoende steun vond in verklaringen van vader, moeder en zus.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte de bedreigende woorden letterlijk had geuit en dat de bedreiging niet strafbaar was omdat de uitingen uit frustratie kwamen en niet geschikt waren om redelijke vrees te veroorzaken. Ook was volgens hen niet gebleken dat de ouders daadwerkelijk vrees hadden.
De rechtbank oordeelde dat de bedreiging niet bewezen was. De verklaringen van vader en moeder waren onvoldoende ondersteund door ander bewijs, en de verklaring van de zus was van horen zeggen. De bedreiging richting vader en moeder werd daarom niet bewezen geacht.
Op grond hiervan sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van bedreiging.