De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 juni 2020 een vordering tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Poolse rechtbank. Het EAB betrof een verdachte die wordt verdacht van meervoudige diefstal in Polen in de periode van september tot oktober 2018. De identiteit van de opgeëiste persoon werd bevestigd en de rechtbank oordeelde dat het EAB voldoende concreet was omschreven, met duidelijke specificatie van tijd, plaats en betrokkenheid.
De rechtbank stelde vast dat aan het vereiste van dubbele strafbaarheid is voldaan, aangezien het feit ook onder Nederlands recht strafbaar is als meervoudige diefstal. De verdediging voerde een genoegzaamheidsverweer aan, dat door de rechtbank werd verworpen vanwege de voldoende omschrijving van het strafbare feit in het EAB.
Vanwege recente ontwikkelingen omtrent de Poolse rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke instanties, zoals besproken in een eerdere tussenuitspraak van dezelfde rechtbank, besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en voor onbepaalde tijd te schorsen. Dit om de beantwoording van relevante vragen over de rechtsstaat in Polen af te wachten. De rechtbank beveelt tevens de oproeping van de verdachte en een Poolse tolk voor een nader te bepalen datum.
De uitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.