Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzittingen
2.Tenlasteleggingen
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Bewijs
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien verdachte het oogmerk had angst toe te brengen. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, begroot de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op € 250,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De benadeelde partij kan dit deel van zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
Poging tot diefstal;
Diefstal, meermalen gepleegd;
Diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;
Diefstal.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
jeugddetentie van 13 maanden.
proeftijd vast op 2 jarenonder de
algemene voorwaardedat:
bijzondere voorwaardendat: