ECLI:NL:RBAMS:2020:3272
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. E.J. van der Molen, kantonrechter, in een lopende procedure bij de rechtbank Amsterdam. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid van de rechter.
De wrakingskamer overwoog dat een rechterlijke (tussen)beslissing op zichzelf geen grond voor wraking kan zijn en dat het verzoek geen concrete feiten of omstandigheden bevatte waaruit vooringenomenheid kon worden afgeleid. Algemene bewoordingen zoals 'onjuist' of 'bedrog' zijn onvoldoende.
Omdat het het tweede wrakingsverzoek in korte tijd was zonder relevante grondslag, oordeelde de kamer dat sprake was van misbruik van recht. Daarom werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker niet in behandeling worden genomen.
De beslissing werd uitgesproken op 2 juni 2020 en is niet vatbaar voor beroep of hoger beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en toekomstige verzoeken worden niet in behandeling genomen.