Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding
3.Beschuldiging
medeplegen van (1A) / medeplichtigheid aan (1B) oplichting in periode 24 november 2015 tot en met 8 dec 2016, door [naam bedrijf 1] te bewegen tot afgifte van € 1.930.493,17
4.Waardering van het bewijs
- de bedragen in de tenlastelegging heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, en
- die bedragen van misdrijf afkomstig zijn, en
- verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die bedragen van misdrijf afkomstig waren.
- de herkomst van de bedragen in de tenlastelegging heeft verhuld of verborgen, en
- die bedragen van misdrijf afkomstig zijn, en
- verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die bedragen van misdrijf afkomstig waren.
een of meer geldbedrag(en)” staat. Het tweede geldbedrag van 250.000 euro kan daarmee in de beschuldiging worden ingelezen. In het dossier komen beide geldbedragen ook voldoende naar voren zodat duidelijk was waartegen verdachte zich moest verdedigen. Van de overige in de tenlastelegging opgenomen bedragen wordt verdachte vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld dat hij betrokken is geweest bij het overboeken ervan.
5.Bewezenverklaring
6.Motivering van de straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
taakstraf van 200 (tweehonderd) uur, met bevel voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 (honderd) dagen.
4 (vier) maanden.