ECLI:NL:RBAMS:2020:3382
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak kapitein en rechtspersonen wegens ontbreken bewijs overtreding Arbowet bij dodelijk ongeval op sleephopperzuiger
Op 17 maart 2017 vond een noodlottig ongeval plaats aan boord van een sleephopperzuiger waarbij een bemanningslid verdronk tijdens laswerkzaamheden in een laadpijp. De kapitein en twee rechtspersonen werden beschuldigd van overtreding van artikel 32 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) wegens onvoldoende voorlichting, toezicht en veiligheidsmaatregelen.
De officier van justitie stelde dat de verdachten nalatig waren in hun zorgplicht, onder meer door het niet hanteren van een werkvergunningssysteem (permits) en onvoldoende toezicht op naleving van veiligheidsvoorschriften. De verdediging voerde aan dat de laswerkzaamheden zonder opdracht werden uitgevoerd, dat de verdachten niet wisten van de werkzaamheden en dat er een adequaat veiligheidsmanagementsysteem aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat de bemanning voldoende was geïnformeerd over de risico’s en dat er een toereikende procedure bestond om de veiligheid te waarborgen. Er was geen bewijs van onvoldoende toezicht of nalatigheid. Ook was er geen causaal verband tussen de vermeende overtredingen en het overlijden van het bemanningslid, aangezien niemand wist dat er gelast werd in de pijp.
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak de kapitein en de rechtspersonen vrij van de beschuldigingen. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 13 juli 2020.
Uitkomst: Verdachte en medeverdachten worden vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor overtreding van de Arbowet en causaal verband met het dodelijk ongeval.