Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiseres]
1. de stichting Stichting Het Balletorkest
2. de stichting Stichting Remplaçanten Nederlands Ballet- en Symfonieorkest: Holland Symfonia
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- antwoord met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling mondelinge behandeling.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
Totstandkoming sub-opdrachten; voor aanvang betaling ondertekenen
sub-overeenkomst”). Deze overeenkomst heet in het administratieve systeem “Opdrachtbevestiging” en kan worden beschouwd als een “Invulling specifieke Opdracht” ofwel IsO. De invulling specifieke Opdracht vermeldt onder andere het aantal, de locatie en (zo mogelijk) de tijdstippen van repetitie(s) en optreden(s), overige werkzaamheden, kleding, de duur van de sub-overeenkomst en het honorarium, althans de wijze waarop die berekend wordt.
Vordering
Vordering en verweer
Beoordeling
nadateen remplaçant de opdracht heeft aanvaard.
reistijdvergoeding’ werd toegekend voor zover het een voorstelling buiten de woonplaats van [eiseres] (Amsterdam) betrof. Ook werd aan haar, naast honorarium, een ‘
toeslag (onbelast) sejour, KIV en reiskosten’ uitbetaald. Niet juist is dus dat de reistijdvergoeding in het gedeclareerde urenaantal zijn begrepen, zoals Het Balletorkest stelt. Nu het een projectspecifieke vergoeding betreft en deze in de referteperiode apart is gedeclareerd, wordt deze bij de bepaling van de urenomvang van de arbeid niet meegenomen. De kantonrechter volgt [eiseres] in haar stelling dat bij de berekening van de omvang van de arbeid de forfaitaire uren (50% van de uren) en de reistijduren (25% van de vergoeding) die de vaste medewerkers ontvangen, moeten worden meegenomen. Dit alles betekent dat de gemiddelde arbeidsduur neerkomt op 2168,19 gewerkte uren gedeeld door de referteperiode van 5,5, jaar (66 maanden) is 32,85 en afgerond 33 uren per maand. Dat resulteert met 50% forfaitaire verhoging en 25% reistijduren in 51 uren per maand.