ECLI:NL:RBAMS:2020:3593
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- R.C.J. Hamming
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beklag tegen inbeslagname en vernietiging van mogelijk omgekatte auto
Klaagster diende een klaagschrift in tegen de inbeslagname van een Renault Twingo die bij belanghebbende in beslag was genomen. De auto bleek een chassisnummer te hebben dat niet overeenkwam met het kenteken en afkomstig was van een ander voertuig, waardoor niet uitgesloten kon worden dat het een omgekatte auto betrof.
De rechtbank oordeelde dat klaagster ontvankelijk was in haar beklag, omdat geen machtiging tot vernietiging van de auto was overgelegd. Het beslag bleef daardoor voortduren. De rechtbank moest beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigde.
Gezien het feit dat het chassis afkomstig was van een andere auto en het vermoeden bestond van omkapping, achtte de rechtbank het belang van strafvordering zwaarder dan het belang van klaagster. Het beslag werd daarom niet opgeheven en het beklag ongegrond verklaard.
Klaagster had aangevoerd dat zij de auto te goeder trouw had gekocht en niet op de hoogte was van de onregelmatigheden, maar dit maakte geen verschil in de belangenafweging. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname en vernietiging van de auto wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.