Uitspraak
1.Procesverloop
- betrokkene;
- bovengenoemde advocaat;
- mevrouw M. Rozendal, psychiater;
- de heer H.C. Boon, ambulant psychiater.
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 juli 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type.
Het verzoek richtte zich op het voorkomen van ernstig nadeel door maatschappelijke en financiële teloorgang, zelfverwaarlozing en het oproepen van agressie. Betrokkene ontkende overlast en agressie, en zonder concrete onderbouwing zoals meldingen of politiemutaties stelde de rechtbank dat het ernstig nadeel onvoldoende was vastgesteld.
De rechtbank benadrukte dat verplichte zorg een zware inbreuk op mensenrechten vormt en alleen mag worden toegepast als uiterste middel, waarbij proportionaliteit en subsidiariteit moeten worden gewaarborgd. Minder ingrijpende maatregelen zoals beschermingsbewind of curatele waren niet tijdig ingezet, terwijl deze het ernstige nadeel mogelijk hadden kunnen voorkomen.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging af. De beschikking werd mondeling gegeven op 15 juli 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 22 juli 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen wegens onvoldoende vaststelling van ernstig nadeel en het ontbreken van minder ingrijpende maatregelen.