Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Is artikel 10 van Pro de mantelovereenkomst een nietig beding?
2.148,00(2,0 punten × tarief € 1.074,00)
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen een werving- en selectiebureau en een inlener over een vergoeding voor het overnemen van een arbeidskracht na afloop van detachering. Het bureau vorderde betaling van een contractueel bedongen introductievergoeding van 13 weken beloning, nadat de arbeidskracht rechtstreeks in dienst trad bij de inlener.
De rechtbank beoordeelde of het beding in artikel 10.4 van de mantelovereenkomst in overeenstemming is met artikel 9a van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi), dat belemmeringen voor het aangaan van een arbeidsverhouding na detachering verbiedt, tenzij sprake is van een redelijke vergoeding. De rechtbank oordeelde dat het beding een belemmering vormt en dat de gevorderde vergoeding niet als redelijk kan worden aangemerkt, mede omdat het bureau onvoldoende concreet heeft onderbouwd welke kosten specifiek voor de arbeidskracht zijn gemaakt.
De primaire vordering tot betaling van de introductievergoeding werd daarom afgewezen. Ook de subsidiaire vorderingen tot redelijk loon, vergoeding op grond van redelijkheid en billijkheid, en vervangende schadevergoeding werden verworpen. De rechtbank veroordeelde het bureau in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling van de introductievergoeding af wegens nietigheid van het beding op grond van artikel 9a Waadi.