Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
geenmes in zijn handen had (verdachte bij de politie op 6 oktober 2019, p. 1013). Het door verdachte gebruikte geweld stond naar het oordeel van de rechtbank daarom niet in redelijke verhouding tot het voor hem te duchten gevaar, nu het slachtoffer verdachte ongewapend tegemoet trad.
4.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen, waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn vervat, acht de rechtbank bewezen dat verdachte
5.Strafbaarheid van het feit en van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 5 oktober 2019. De vordering tot immateriële schadevergoeding zal voor het overige worden afgewezen.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[naam verdachte]daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
5 (vijf) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
€ 12.926,73(zegge: twaalfduizend negenhonderdzesentwintig euro en drieënzeventig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 5 oktober 2019, tot aan de dag van de algehele voldoening. Het voornoemde bedrag bestaat voor een deel, groot € 2.926,73, uit materiële schade en voor een deel, groot € 10.000,-, uit immateriële schade.
€ 12.926,73(zegge: twaalfduizend negenhonderdzesentwintig euro en drieënzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 5 oktober 2019, tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal kan
gijzelingworden toegepast tot een maximum van
124 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.