ECLI:NL:RBAMS:2020:3937

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 juli 2020
Publicatiedatum
11 augustus 2020
Zaaknummer
AMS 19/1804
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet waardering onroerende zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning met souterrain op basis van potentieel gebruik

De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam stelde de WOZ-waarde van de woning van eiseres op 1 januari 2017 vast op €1.215.000. Eiseres was het hier niet mee eens en stelde dat de waarde niet meer dan €992.000 bedroeg. De kern van het geschil betrof de waardering van het souterrain van 62 m². De heffingsambtenaar kende aan het souterrain een meerwaarde toe van €243.660 als secundair woningdeel, terwijl eiseres dit disproportioneel vond vanwege het beperkte gebruikscomfort en de inrichting.

De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar terecht uitging van de potentie van de ruimte en niet van het huidige gebruik. Ter plaatse is vastgesteld dat vergelijkbare souterrains in de buurt als woonruimte worden gebruikt. Eiseres had onvoldoende onderbouwing geleverd om aan te tonen dat dit bij haar woning niet mogelijk is. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.

Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter F.L. Bolkestein en griffier L.C. Trommel op 28 juli 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 19/1804

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: [naam] ),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam , verweerder

Procesverloop

Op 31 maart 2018 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet woz) de waarde van de woning op het adres [adres] in [woonplaats] voor het kalenderjaar 2018 vastgesteld op € 1.215.000.
Op 20 februari 2019 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.
[naam] heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft de zaak behandeld op de zitting van 29 juni 2020. [naam] heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van [naam] , vergezeld door de taxateur [naam] .

Overwegingen

De woning van [naam] is een dubbele benedenwoning met een oppervlakte van 156 m², plus een souterrain van 62 m² en een tuin van 52 m². Zij vindt dat deze op waardepeildatum 1 januari 2017 niet meer dan € 992.000 waard was. Beide partijen hebben hun standpunt met een taxatierapport onderbouwd.
De heffingsambtenaar moet aannemelijk maken dat hij de waarde van de woning niet te hoog heeft vastgesteld. Hiervoor heeft hij in beroep verwezen naar verkooptransacties van drie vergelijkbare woningen binnen een jaar voor of na de waardepeildatum. De rechtbank oordeelt dat deze vergelijkingsobjecten op zichzelf bruikbaar zijn om de waardering van de woning van [naam] op te baseren. Het gaat om benedenwoningen in twee straten in de onmiddellijke omgeving, met ongeveer hetzelfde bouwjaar. De door de heffingsambtenaar getoonde cijfers onderbouwen de aan de woning van [naam] toegekende woz-waarde.
Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de meerwaarde die de heffingsambtenaar aan het souterrain toekent. Deze zou volgens hem € 243.660 bedragen omdat het een “secundair woningdeel” is. [naam] wijst erop dat bij twee vergelijkingsobjecten een kelder is opgenomen waaraan een waardeverschil van slechts € 6.000 is toegekend. Dit vindt zij disproportioneel. In haar souterrain kan iemand nauwelijks staan en het is niet als woonruimte ingericht. De heffingsambenaar wijst erop dat niet het huidige gebruik maar de potentie van de ruimte bepalend is voor de waarde.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar hierin gelijk heeft. Het is aannemelijk dat een koper erop zal letten welk gebruik hij van een ruimte kan maken en niet hoe een verkoper deze gebruikt. De rechter heeft ter plaatse vastgesteld dat buurpanden een soortgelijk souterrain hebben, dat wel als woonruimte in gebruik is. Als [naam] wil betogen dat dit bij haar niet mogelijk is, had het op haar weg gelegen om dit met foto’s en tekeningen te onderbouwen. Zij is immers de eigenaar van de woning.
Dit betekent dat het beroep ongegrond is. Er is geen reden voor een vergoeding van proceskosten of van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.L. Bolkestein, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C. Trommel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?