ECLI:NL:RBAMS:2020:3937
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning met souterrain op basis van potentieel gebruik
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam stelde de WOZ-waarde van de woning van eiseres op 1 januari 2017 vast op €1.215.000. Eiseres was het hier niet mee eens en stelde dat de waarde niet meer dan €992.000 bedroeg. De kern van het geschil betrof de waardering van het souterrain van 62 m². De heffingsambtenaar kende aan het souterrain een meerwaarde toe van €243.660 als secundair woningdeel, terwijl eiseres dit disproportioneel vond vanwege het beperkte gebruikscomfort en de inrichting.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar terecht uitging van de potentie van de ruimte en niet van het huidige gebruik. Ter plaatse is vastgesteld dat vergelijkbare souterrains in de buurt als woonruimte worden gebruikt. Eiseres had onvoldoende onderbouwing geleverd om aan te tonen dat dit bij haar woning niet mogelijk is. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter F.L. Bolkestein en griffier L.C. Trommel op 28 juli 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.