Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling in het incident
4.De beslissing
23 september 2020,
23 september 2020voor conclusie van antwoord.
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak vordert eiser terugbetaling van een geldlening van €480.000, vermeerderd met wettelijke rente en schadevergoeding, wegens niet-nakoming van een overeenkomst waarbij aflossing zou plaatsvinden via aandelen in een restaurant. Gedaagde betwist de overeenkomst en stelt dat de leningsovereenkomst feitelijk met een derde partij is gesloten, en dat hij slechts als stroman fungeerde.
Gedaagde verzoekt de rechtbank om deze derde partij in vrijwaring op te roepen, stellende dat deze partij aansprakelijk is voor de terugbetaling en schadevergoeding. Eiser stemt in met deze oproeping.
De rechtbank oordeelt dat de vordering tot oproeping in vrijwaring toewijsbaar is indien gedaagde voldoende concreet en gemotiveerd stelt dat er een rechtsverhouding bestaat met de derde die een verplichting tot vrijwaring inhoudt. Dit is hier het geval, aangezien gedaagde aannemelijk maakt dat de derde partij het geleende bedrag heeft toegeëigend en misbruik heeft gemaakt van zijn positie.
De rechtbank wijst de incidentele vordering toe en bepaalt dat de beslissing over de kosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is beslist. De zaak wordt op 23 september 2020 opnieuw op de rol gezet.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering tot vrijwaring toe en staat toe dat de derde partij wordt opgeroepen.