Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
“zoals ik begrepen heb komt de [adres 1] te liggen op de meest linkse plek”geantwoord:
”
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een kort geding tussen een woonbooteigenaar en de gemeente Amsterdam over de toewijzing van een ligplaats voor een woonboot. De eiseres had de woonboot gekocht van de erven van de vorige eigenaar, die sinds 1965 eigenaar was. De gemeente had eerder ligplaatsvergunningen verleend aan de vorige eigenaar en andere bewoners, maar na bestuursrechtelijke uitspraken moest de gemeente alternatieve ligplaatsen aanbieden.
De eiseres stelde dat zij op basis van toezeggingen en het gebruikelijke beleid gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een ligplaats aan het nieuwe adres onder dezelfde voorwaarden als haar voorganger, namelijk tegen precarioheffing en zonder persoonsgebonden uitsterfregeling. De gemeente bood echter een ligplaats aan in erfpacht tegen een aanzienlijk hogere canon en stelde dat de vergunning persoons- en persoonsgebonden is, en niet automatisch overdraagbaar.
De rechtbank oordeelde dat de toezeggingen aan de vorige eigenaar niet automatisch overgaan op de opvolgend eigenaar die niet de bewoner is. De correspondentie en het beleid van de gemeente wezen niet op een verplichting om de ligplaats onder dezelfde voorwaarden aan de eiseres toe te wijzen. Ook het aanbod van de gemeente in erfpacht werd niet als onredelijk beoordeeld. De vordering van de eiseres werd daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.