ECLI:NL:RBAMS:2020:419
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid Marokkaans huwelijk en echtscheiding met verblijfplaats en huurrecht
Partijen zijn in 2010 via een volmacht gehuwd in Marokko. De vrouw stelde dat zij geestelijk niet in staat was haar toestemming te geven en dat het huwelijk niet rechtsgeldig tot stand kwam. De rechtbank oordeelde dat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten tijde van de huwelijksvoltrekking handelingsonbekwaam was. De aanwezigheid van haar vader bij de ondertekening van de volmacht en het islamitisch huwelijk voorafgaand aan het wettelijke huwelijk ondersteunen dit oordeel.
De rechtbank stelde vast dat het huwelijk formeel en materieel rechtsgeldig is volgens de Mudawwana en dat het huwelijk in Nederland erkend moet worden op grond van de artikelen 10:31 en 10:32 BW. De financiële consequenties voor de vrouw en de mogelijke verblijfsvergunning voor de man leiden niet tot een ander oordeel.
De man verzocht de echtscheiding wegens duurzame ontwrichting, wat de rechtbank toewijst. Het ouderschapsplan wordt onderdeel van de beschikking en de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen wordt bij de vrouw vastgesteld. Tevens wordt het huurrecht van de woning aan de vrouw toegekend. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het Marokkaanse huwelijk wordt rechtsgeldig erkend, de echtscheiding uitgesproken, de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vrouw vastgesteld en het huurrecht aan haar toegekend.