ECLI:NL:RBAMS:2020:4205
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname in DNA-databank minderjarige veroordeelde
Een minderjarige veroordeelde maakte bezwaar tegen de afname van zijn DNA door een opsporingsambtenaar en de opname van het DNA-profiel in de DNA-databank. De raadsman voerde aan dat de afname onrechtmatig was omdat deze niet door een arts of verpleegkundige was verricht en dat het DNA-profiel niet van belang zou zijn voor toekomstige opsporing.
De officier van justitie stelde dat de afname rechtmatig was, dat er toestemming was gegeven en dat er een verhoogde kans op recidive bestond. De rechtbank oordeelde dat de afname door een bevoegde functionaris was gedaan en dat de wettelijke voorwaarden voor DNA-afname waren vervuld, waaronder de aard van het misdrijf (diefstal door twee of meer verenigde personen).
De rechtbank overwoog dat de uitzonderingsgronden in de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden niet van toepassing waren, mede gelet op het strafblad en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname in de DNA-databank wordt ongegrond verklaard.