ECLI:NL:RBAMS:2020:4243
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid eerste huwelijk en echtscheiding tweede huwelijk wegens duurzaam ontwricht
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot echtscheiding tussen partijen die zowel de Nederlandse als Marokkaanse nationaliteit hebben. De vrouw was op het moment van het eerste huwelijk in 1993 nog gehuwd met een andere man, waardoor dat huwelijk volgens Marokkaans recht niet rechtsgeldig was. Dit eerste huwelijk werd dan ook niet erkend door de Nederlandse rechter. Partijen zijn vervolgens in 2000 in Nederland in het huwelijk getreden, wat rechtsgeldig werd bevonden.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om over de echtscheiding te beslissen, aangezien partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden. Het verzoek tot echtscheiding van het tweede huwelijk werd toegewezen omdat het huwelijk duurzaam ontwricht was. Daarnaast werd het verzoek van de vrouw tot voortgezet gebruik van de gezamenlijke woning toegewezen, terwijl het verzoek van de man tot partnerbijdrage werd ingetrokken.
Ten aanzien van de verdeling van het huwelijksvermogen oordeelde de rechtbank dat Nederlands recht van toepassing is, waarbij partijen gehuwd zijn in algehele gemeenschap van goederen. Omdat partijen geen convenant hadden overgelegd en geen concrete verdelingsverzoeken hadden ingediend, wees de rechtbank deze verzoeken af. De beschikking werd uitgesproken door rechter R.M. Troost op 2 september 2020.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het eerste huwelijk nietig en spreekt de echtscheiding uit van het tweede, rechtsgeldig gesloten huwelijk.