Eiseres kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar auto op 15 januari 2019 om 19:48 uur geparkeerd stond op een locatie in Amsterdam zonder dat zij parkeerbelasting had betaald. Eiseres voerde aan dat zij een gehandicaptenparkeerkaart bezat en dat zij geparkeerd stond op een laad- en losplek waar geen parkeerbelasting geldt buiten de venstertijden. Volgens haar was de plek buiten de venstertijden geen fiscale parkeerplaats maar onderdeel van de rijbaan waar vrij geparkeerd mag worden.
De heffingsambtenaar stelde dat op het moment van parkeren de plek geen laad- en losplek was en er geen parkeerverbod gold, waardoor het parkeren op een reguliere fiscale parkeerplaats plaatsvond. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van belijning of parkeertegels niet relevant is omdat de Verordening Parkeerbelastingen 2019 geen onderscheid maakt tussen parkeren binnen of buiten parkeervakken.
De rechtbank stelde vast dat de auto van eiseres daadwerkelijk stond geparkeerd op de locatie en dat parkeren buiten de venstertijden van 06:00 tot 19:00 uur op die plek niet verboden is. Hierdoor was er sprake van parkeren op een fiscale parkeerplaats en was eiseres parkeerbelasting verschuldigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.