Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
KONINKLIJK THEATER CARRÉ,
Rechtbank Amsterdam
In deze kortgedingprocedure vordert een theatertechnicus, na bijna 24 jaar dienst, dat Theater Carré de reorganisatie opschort omdat hij vreest onterecht te worden ontslagen door toepassing van de 'stoelendansmethode' in plaats van het afspiegelingsbeginsel.
De eiser vraagt tevens om inzage in diverse documenten van de ondernemingsraad, waaronder het advies en notulen. Carré heeft grotendeels aan deze verzoeken voldaan, behalve voor de adviesaanvraag die bedrijfsgevoelige informatie bevat. Na overleg is een geheimhoudingsverklaring overeengekomen om deze alsnog te verstrekken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de reorganisatie niet stilgelegd hoeft te worden omdat de eiser de ontslagbesluiten via het UWV en de kantonrechter kan aanvechten. Er is geen sprake van onomkeerbare gevolgen die onmiddellijke opschorting rechtvaardigen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot opschorting van de reorganisatie af en bepaalt dat de gevraagde stukken na geheimhoudingsovereenkomst worden verstrekt.