ECLI:NL:RBAMS:2020:4292
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing spreekrecht slachtoffer over voortduring voorlopige hechtenis
Op 19 augustus 2020 vond een pro forma zitting plaats bij de rechtbank Amsterdam in een strafzaak waarbij de verdachte niet aanwezig was. De raadsman van de benadeelde partij verzocht namens zijn cliënt om het spreekrecht uit te breiden zodat de benadeelde partij zich mocht uitlaten over de voortduring van de voorlopige hechtenis van de verdachte.
De raadsman van de benadeelde partij voerde aan dat er geen wettelijke belemmering bestaat en dat het spreekrecht ook betrekking zou moeten hebben op de voorlopige hechtenis, mede vanwege de impact op het slachtoffer en het verband met recidivegevaar. De raadsman van de verdachte en de officier van justitie betwistten dit standpunt en stelden dat de wetgever dit niet zo heeft geregeld.
Na beraad in raadkamer besloot de rechtbank het verzoek af te wijzen. De rechtbank overwoog dat het spreekrecht volgens de wet en parlementaire geschiedenis bedoeld is voor de inhoudelijke behandeling van de zaak en niet voor voorlopige hechtenis. Slachtoffers zijn niet toegelaten tot de raadkamer die hierover beslist en de wet voorziet niet in een spreekrecht hierover op zitting. De rechtbank benadrukte dat het slachtoffer zijn zorgen kan uiten bij de officier van justitie, die deze kan meenemen in zijn standpunt.
De brief van de raadsman van de benadeelde partij met het standpunt over de voorlopige hechtenis zal niet worden toegevoegd aan het dossier. Hiermee is het verzoek formeel afgewezen en blijft het spreekrecht beperkt tot de inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het verzoek van de benadeelde partij om zich uit te laten over de voortduring van de voorlopige hechtenis is afgewezen.