Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift en standpunt van de verdediging
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
5.Beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
Op 20 januari 2020 is een bedrag van €1.105,- in beslag genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar het voorhanden hebben en dealen van harddrugs en witwassen. Klager, die het geld bewaart voor zijn dochter, diende een klaagschrift in tegen het beslag.
De rechtbank overweegt dat het onderzoek nog niet is afgerond en dat in een beklagprocedure slechts summier kan worden getoetst. De rechtbank moet beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vereist. Gezien de omstandigheden waaronder het geld is aangetroffen en de verklaring van klager, acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat het geld zal worden verbeurd verklaard.
Ook de stelling dat het geld aan de dochter van klager toebehoort, is onvoldoende onderbouwd en kan teruggave aan klager niet rechtvaardigen. Daarom verklaart de rechtbank het beklag ongegrond en handhaaft het beslag op het geldbedrag.
Uitkomst: Het beklag tegen het beslag op het geldbedrag wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.