Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift en standpunt van de verdediging
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.Standpunt van de belanghebbende
5.Beoordeling
5.Beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
Op 4 maart 2020 is een personenauto, een Renault Twingo met verborgen ruimte onder de voorstoelen, in beslag genomen op grond van artikel 1:37 lid 1 van Pro de Algemene Douanewet. De eigenaar, klager, diende een klaagschrift in tot teruggave van de auto, stellende dat de auto niet afkomstig was van enig misdrijf en dat geen strafvorderlijk belang bestond voor het voortduren van het beslag.
De officier van justitie verzette zich tegen teruggave vanwege de aanwezigheid van de verborgen ruimte, maar sloot zich aan bij de voorwaarden van de douane voor teruggave. De douane stelde dat de verborgen ruimte ongedaan gemaakt moet worden onder ambtelijk toezicht, met kosten die voor rekening van klager zijn.
De rechtbank oordeelde dat het voertuig terecht in beslag is genomen omdat het kennelijk was ingericht om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken, zoals bedoeld in artikel 1:37 van Pro de Algemene Douanewet. Het beslag is gegrond en krachtens het vierde lid van dit artikel vervalt het voertuig zonder rechtsvervolging aan de Staat. Het beklag is daarom ongegrond verklaard. Klager moet met de douane afspraken maken om aan de voorwaarden te voldoen voor teruggave van de auto.
Uitkomst: Het beklag tegen het beslag op de auto wordt ongegrond verklaard en de auto blijft in beslag onder voorwaarden van de douane.