In september en oktober 2019 heeft een 26-jarige man in Amsterdam meerdere mishandelingen gepleegd en zich verzet tegen zijn aanhouding. Verdachte werd beschuldigd van onder meer mishandeling, poging tot beroving en vernieling. De rechtbank oordeelde dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan mishandeling en wederspannigheid, maar dat hij ten tijde van de feiten leed aan een psychotische stoornis die zijn gedragskeuzes beïnvloedde.
Psychiatrische rapportages toonden aan dat verdachte leed aan een schizofreniespectrumstoornis en een lichte stoornis door alcohol- en cannabisgebruik. Deze stoornis was aanwezig tijdens de gepleegde feiten, waardoor verdachte onvoldoende in staat was zijn handelen te beheersen. De deskundigen adviseerden om verdachte het ten laste gelegde niet toe te rekenen en een klinische behandeling via een zorgmachtiging aan te bevelen.
De rechtbank volgde dit advies en sprak verdachte vrij wegens ontoerekeningsvatbaarheid. Tevens werden schadevergoedingen toegekend aan de benadeelden voor materiële en immateriële schade, met wettelijke rente en gijzeling als dwangmiddel bij niet-betaling. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.