Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 april 2018, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- de brief van 24 augustus 2018 van de rechtbank waarin de zaak, in verband met haar voornemens prejudiciële vragen te gaan stellen aan de Hoge Raad, is verwezen naar de rol van 19 september 2018 voor uitlating partijen over het voornemen tot aanhouding,
- de akte uitlating voornemen tot aanhouding, tevens verduidelijking eis van de zijde van [eiser] ,
- de akte uitlaten aanhouding zijdens ABN AMRO,
- de akte uitlating uitspraak Hoge Raad, tevens akte eiswijziging van de zijde van [eiser] , met producties,
- de akte uitlating prejudiciële beslissing Hoge Raad, tevens antwoordakte eiswijziging zijdens ABN AMRO,
- het tussenvonnis van 27 november 2019, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces verbaal van niet gehouden mondelinge behandeling van 10 april 2020,
- de brief van 28 augustus 2020 van [eiser] in reactie op het proces-verbaal.
2.De feiten
deBank. Door ondertekening van deze Kredietovereenkomst verklaart Cliënt deze brochure te hebben ontvangen.
forward starting) renteswap en een rentecap besproken. In deze brief staat, voor zover relevant:
bovenhet niveau van de cap ( 4,00%), zult u het verschil tussen het 3 maands Euribor en de caprente van de bank ontvangen.
beneden de cap maar boven de trigger, dan vindt er geen verrekening plaats en betaalt u het 3 maands Euribor.
op of benedenhet triggerniveau (2,60%) dan zult u voor die periode de floorrente plus de pay-out betalen en is de rentelast voor die periode gelijk aan de caprente.
- de renteswap met referentienummer 3048173, ingaande op 1 oktober 2006 en eindigend op 1 oktober 2016, met een vast rentepercentage van 4,44% en een hoofdsom van € 3,2 miljoen (hierna: Renteswap III);
- de renteswap met referentienummer 3048041, ingaande op 1 oktober 2006 en eindigend op 1 oktober 2013, met een vast rentepercentage van 4,34% en een hoofdsom van € 3,2 miljoen (hierna: Renteswap IV);
- de renteswap met referentienummer 3048202, ingaande op 1 oktober 2006 en eindigend op 1 oktober 2011, met een vast rentepercentage van 4,24% en een hoofdsom van € 850.000,00 (hierna: Renteswap V).
de Renteswaps). In verband hiermee is Renteswap I voortijdig beëindigd.
3.Het geschil
-Primair: ABN AMRO veroordeelt om een bedrag van € 53.803,00 inzake provisies onder Renteswap I aan [eiser] terug te betalen binnen vijf dagen na het te wijzen vonnis, dan wel een bedrag in goede justitie te bepalen door de rechtbank, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 16 mei 2006 (transactiedatum), dan wel vanaf de eiswijziging (25 september 2019), tot aan de dag van algehele betaling daarvan.
-Primair: ABN AMRO veroordeelt om een bedrag van € 53.037,00 inzake provisies onder Renteswap II aan [eiser] terug te betalen binnen vijf dagen na het te wijzen vonnis, dan wel een bedrag in goede justitie te bepalen door de rechtbank, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 16 mei 2006 (transactiedatum), dan wel vanaf de eiswijziging (25 september 2019), tot aan de dag van algehele betaling daarvan.
-Primair: ABN AMRO veroordeelt om een bedrag van € 50.181,00 inzake provisies onder Renteswap III aan [eiser] terug te betalen binnen vijf dagen na het te wijzen vonnis, dan wel een bedrag in goede justitie te bepalen door de rechtbank, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 7 juli 2006 (transactiedatum), dan wel vanaf de eiswijziging (25 september 2019), tot aan de dag van algehele betaling daarvan.
-Primair: ABN AMRO veroordeelt om een bedrag van € 63.391,00 inzake provisies onder Renteswap IV aan [eiser] terug te betalen binnen vijf dagen na het te wijzen vonnis, dan wel een bedrag in goede justitie te bepalen door de rechtbank, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 7 juli 2006 (transactiedatum), dan wel vanaf de eiswijziging (25 september 2019), tot aan de dag van algehele betaling daarvan.
-Primair: ABN AMRO veroordeelt om een bedrag van € 8.317,00 inzake provisies onder Renteswap V aan [eiser] terug te betalen binnen vijf dagen na het te wijzen vonnis, dan wel een bedrag in goede justitie te bepalen door de rechtbank, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 7 juli 2006 (transactiedatum), dan wel vanaf de eiswijziging (25 september 2019), tot aan de dag van algehele betaling daarvan.
-Primair: ABN AMRO veroordeelt om een bedrag van € 135.601,00 inzake provisies onder Renteswap VI en Renteswap VII aan [eiser] terug te betalen binnen vijf dagen na het te wijzen vonnis, dan wel een bedrag in goede justitie te bepalen door de rechtbank, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 27 september 2006 (transactiedatum), dan wel vanaf de eiswijziging (25 september 2019), tot aan de dag van algehele betaling daarvan.
4.De beoordeling
Inleiding
(forward starting)Renteswaps, waarbij tevens de alternatieve renteopties rentecap (2.3.) en vastrentende lening (2.4.) zijn benoemd en uitgelegd. [eiser] heeft dit gemotiveerde verweer van ABN AMRO op zijn beurt onvoldoende betwist zodat dit slaagt.