Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoeker] ,
De procesgang
De inhoud van het verzoekschrift
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De beoordeling
De beslissing
[verzoeker] .
Rechtbank Amsterdam
Verzoekster werd op 17 mei 2020 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van winkeldiefstal, maar dezelfde dag weer heengezonden. De zaak werd geseponeerd door het Openbaar Ministerie. Verzoekster vroeg vergoeding voor de schade door de inverzekeringstelling en de kosten van het verzoekschrift.
De rechtbank overwoog dat het sepot een einde van de zaak betekende en dat het verzoek tijdig was ingediend. Hoewel verzoekster onmiskenbaar voor winkeldiefstal veroordeeld zou zijn, was de geweldscomponent niet bewezen, waardoor de inverzekeringstelling niet volledig aan haar te wijten was.
De rechtbank kende een vergoeding toe van €105 voor één dag inverzekeringstelling en €550 voor de kosten van het verzoekschrift. Hiermee werd rekening gehouden met de kwetsbaarheid van verzoekster en de billijkheid. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoekster krijgt een vergoeding van €105 voor de inverzekeringstelling en €550 voor de kosten van het verzoekschrift toegekend.