ECLI:NL:RBAMS:2020:4577
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van brandstichting en vernieling door psychotische verdachte in parkeergarage
Op 23 maart 2020 stak de verdachte een kleine stapel papier in brand in een parkeergarage onder een appartementencomplex in Amsterdam. De brand veroorzaakte zwartgeblakering van een muur. Verdachte werd beschuldigd van brandstichting met gevaar voor personen of goederen en subsidiair van vernieling van de parkeergaragemuur.
De rechtbank stelde vast dat verdachte opzettelijk brand had gesticht, maar het Nederlands Forensisch Instituut concludeerde dat de kans op verspreiding van de brand naar auto's of andere goederen zeer klein was. Hierdoor was het vereiste gemeen gevaar voor goederen niet voorzienbaar en niet bewezen. De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde brandstichten.
Ten aanzien van de vernieling oordeelde de rechtbank dat verdachte het papier bewust in brand stak vanuit psychotische wanen over besmetting met Corona, maar geen opzet had op de beschadiging van de muur. Forensisch psychiatrisch onderzoek toonde aan dat verdachte door zijn schizofrenie niet toerekeningsvatbaar was en de gevolgen van zijn handelen niet kon overzien.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. Gezien de psychische toestand van verdachte werd benadrukt dat hulpverlening noodzakelijk is, maar de rechtbank hoefde hierover geen beslissing te nemen vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van brandstichting en vernieling wegens ontbreken van gemeen gevaar en ontoerekeningsvatbaarheid.