ECLI:NL:RBAMS:2020:464
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Huurder mag voorlopig in sociale huurwoning blijven wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf elders
De huurder van een sociale huurwoning in Amsterdam wordt door de verhuurder, Eigen Haard, geconfronteerd met een vordering tot ontruiming omdat wordt gesteld dat hij zijn hoofdverblijf niet meer in de woning heeft. Eigen Haard baseert dit op een melding van woonfraude, eigen onderzoek en een rapport van een recherchebureau dat onder meer omwonenden heeft ondervraagd en observaties heeft gedaan.
De huurder betwist dit en voert aan dat hij wel degelijk zijn hoofdverblijf in de woning heeft, onderbouwd met verklaringen van buren die hem regelmatig in en rond de woning zien, en het feit dat hij zijn huisarts en tandarts in Amsterdam heeft, post ontvangt en een kat houdt in de woning.
De kantonrechter overweegt dat het niet hebben van het hoofdverblijf in de sociale huurwoning kan worden aangemerkt als handelen in strijd met goed huurderschap, maar dat het aan de verhuurder is om dit aannemelijk te maken. Gezien de onderbouwde betwisting door de huurder is onvoldoende zekerheid dat hij zijn hoofdverblijf niet meer in de woning heeft. Daarom wordt de vordering tot ontruiming afgewezen en wordt Eigen Haard veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de huurder zijn hoofdverblijf niet in de woning heeft.