ECLI:NL:RBAMS:2020:4788
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging moord en vuurwapenbezit in schietincident op touringcar
Op 23 maart 2018 werd een touringcar in Amsterdam beschoten door een persoon in een Volvo. Verdachte was de huurder van deze Volvo en werd ervan verdacht de schutter te zijn. Tijdens het onderzoek bleek dat verdachte de auto regelmatig uitleende aan vrienden en zelf ontkende op de dag van het incident in de auto te hebben gereden.
De officier van justitie concludeerde dat niet zonder twijfel kon worden vastgesteld dat verdachte de schutter was, mede vanwege het algemene en wisselende signalement, het ontbreken van forensisch bewijs en verklaringen van getuigen die ontkenden betrokken te zijn bij het incident. De verdediging voerde aan dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om verdachte te verbinden aan het schietincident.
De rechtbank overwoog dat hoewel de Volvo op naam van verdachte stond en zijn telefoon kort voor het incident een zendmast in de buurt had aangestraald, dit niet voldoende bewijs was. De verklaringen van getuigen en het ontbreken van forensisch bewijs lieten ruimte voor gerede twijfel. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij de schutter was bij het schietincident op de touringcar.