Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud verzoekschrift
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.Beoordeling
5.Beslissing
niet-ontvankelijkin zijn verzoekschrift.
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker, die een gevangenisstraf van 6,5 jaar uitzit, verzocht de rechtbank om kwijtschelding van een schadevergoedingsmaatregel van €224.895,17 die hem is opgelegd. Hij gaf aan niet over de financiële middelen te beschikken om dit bedrag te voldoen en dat hij momenteel gegijzeld wordt vanwege deze maatregel, wat zijn detentie verlengt.
De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het een civiel geschil betreft en niet de juiste rechtsgang is gevolgd. Tevens werd opgemerkt dat het verschuldigde bedrag inmiddels is verhoogd door rente.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet onder artikel 6:6:26 lid 1 Wetboek Pro van Strafvordering valt, omdat dit artikel alleen ziet op kwijtschelding of vermindering van bedragen die zijn opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, niet op schadevergoedingsmaatregelen. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek tot kwijtschelding van schadevergoedingsmaatregel niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste rechtsgang.