ECLI:NL:RBAMS:2020:4840
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding voor onvoorwaardelijk sepot en kosten verzoekschrift
Verzoeker werd op 5 augustus 2019 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van openlijke geweldpleging en vernieling. Op 6 augustus 2019 werd hij in vrijheid gesteld en de zaak onvoorwaardelijk geseponeerd wegens ontbreken van wettig bewijs.
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 533 en Pro 530 Sv tot vergoeding van schade door ondergane verzekering en kosten van het verzoekschrift. Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen de vergoeding, stellende dat het verzoek te laat was ingediend en dat de sepotbeslissing aan verzoeker was medegedeeld.
De rechtbank oordeelde dat de termijn van drie maanden voor het indienen van het verzoek pas begint te lopen vanaf het moment dat verzoeker op de hoogte is gesteld van het sepot. Aangezien verzoeker pas in januari 2020 telefonisch vernomen had dat de zaak was geseponeerd, was het verzoek tijdig. De rechtbank kende een vergoeding toe van €210 voor twee dagen ondergane verzekering en €550 voor de kosten van het verzoekschrift, totaal €760.
Uitkomst: De rechtbank kent vergoeding toe van €210 voor ondergane verzekering en €550 voor kosten verzoekschrift na onvoorwaardelijk sepot.