ECLI:NL:RBAMS:2020:4842
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding voor onvoorwaardelijke sepot en ondergane inverzekeringstelling
Verzoekster werd op 24 november 2016 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van mishandeling. Na verlenging van het bevel werd zij op 28 november 2016 heengezonden. De zaak werd onvoorwaardelijk geseponeerd op 24 januari 2020, waarna verzoekster een vergoeding vroeg voor de ondergane verzekering en de kosten van het verzoekschrift.
De rechtbank stelde vast dat het verzoek tijdig was ingediend en dat de zaak eindigde zonder straf of maatregel. Hoewel het Openbaar Ministerie zich verzette vanwege eerdere veroordelingen van verzoekster en het beleidssepot, oordeelde de rechtbank dat er geen onmiskenbare veroordeling zou zijn geweest. De rechtbank kende daarom een vergoeding toe van €105 per dag voor vijf dagen inverzekeringstelling, totaal €525.
Daarnaast werd een standaardvergoeding van €550 toegekend voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. De totale vergoeding bedraagt €1.075, uit te keren uit de Rijkskas. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoekster krijgt een vergoeding van €525 voor vijf dagen inverzekeringstelling en €550 voor kosten verzoekschrift toegekend.